Friesland wil af van geitenstop

Geitenhouders in Friesland willen af van de geitenstop. Dat meldt de Leeuwarder Courant na een bijeenkomst waarbij de Provinciale Statenleden werden bijgepraat door de Friese melkgeitensector op het bedrijf van Klaas Sjoerd Meekma.

De provincie Friesland heeft begin februari een geitenstop ingesteld. De aanleiding was, net als in de andere provincies waar een geitenstop geldt, het VGO-rapport en een advies van de GGD.

Zembla

Tijdens de bijeenkomst in Friesland heeft zoönose-specialist Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren kritiek geuit op de onderzoeken die zijn gedaan naar de relatie tussen geitenhouderijen en de verhoogde kans op longontsteking. In de Leeuwarder Courant is te lezen dat Vellema onder meer de uitzending van Zembla aanhaalt in zijn verhaal. Volgens hem wordt er in de uitzending een specialist opgevoerd die geen wetenschappelijke bijdrage heeft geleverd. Ook zet Vellema uitvoerig op een rij waarom het VGO-onderzoek (Veehouderij en Gezondheid Omwonenden) geen basis is om in Friesland een geitenstop in te voeren. Er is in dat onderzoek geen oorzakelijk verband gevonden tussen geiten en longontstekingen, er zijn ook geen longontstekingen bevestigd met laboratoriumonderzoek, het gebied waarin het onderzoek plaatsvond is sterk afwijkend van Friesland, zowel qua bevolking van mensen en dieren als fijnstofconcentraties in de omgeving.

Een andere aanwezige was kaasmaker Henri Willig. Hij vertelde dat het feit dat hij in Friesland geitenmelk en biologische koemelk ophaalde mede aanleiding was om in 2000 in Heerenveen de eerste zuivelfabriek op te zetten. Een fabriek die inmiddels sterk is gegroeid en waarnaast nu ook verschillende collega’s actief zijn. Willig heeft onder meer ook kaaswinkels in Amsterdam, Wenen en München. En nog steeds groeit de afzet van geitenkaas jaarlijks met zo’n tien procent hoewel de kaasmaker voor de melk nu moet concurreren met de producenten van babyvoeding die inmiddels in ons land ook veel geitenmelk verwerken.

Voorzitter Jan Dijkstra van de biologische geitenmelk-afzetorganisatie OGC legde uit waarom er opeens meer geitenbedrijven in Friesland lijken te zijn. Dat komt ontdekte hij omdat niet meer de landbouwtelling, maar de I&R (identificatie en registratie) is genomen als uitgangspunt voor de CBS-cijfers. Daarmee is ook een aantal hobby-geitenfokkers met meer dan negen geiten als geitenbedrijven meegenomen. In werkelijkheid is er één geitenbedrijfje gestart in Friesland vorig jaar. Jan gaf ook aan dat de geitenhouderij veel biologische bedrijven telt, waarvan weer relatief veel in Friesland.

Selectieve verontwaardiging

Klaas Sjoerd Meekma gaf de aanwezigen een rondleiding op zijn bedrijf. “In de tijd van de kleinschalige landbouw werden veel meer mensen ziek van dieren dan tegenwoordig. Tegenwoordig krijgen jaarlijks tegenover 17 mensen met Q-koorts meer dan 25.000 mensen de ziekte van Lyme door tekenbeten in bossen, duinen en parken. De Q-koorts vanuit de geitenhouderij is volledig verdwenen, maar de ziekte van Lyme wordt elk jaar meer; het aantal patiënten is verviervoudigd in de laatste twintig jaar. Er sterven mensen aan deze ziekte en toch hoor je daar niet veel over. Het is selectieve verontwaardiging; intensieve veehouderij, dat moet wel verkeerd zijn en vanuit de natuur dat kan niet verkeerd zijn.” Meekma vertelt dat het duidelijk is dat de melkgeitensector in Friesland van mening dat een geitenstop voor hun provincie voor de volksgezondheid niks oplevert. “Hooguit voor de geitenmelkprijs, wat dan wel weer een voordeel is.”

Op 12 juni organiseren de Provinciale Staten een zogeheten expertmeeting waarin meer duidelijk moet worden over de situatie.

Delen via:

Reacties zijn gesloten.