Het belang van biest in het lam

De Gezondheidsdienst voor Dieren en vakblad Geitenhouderij hielden een cursus Opfok en Voeding voor de melkgeitenhouderij. Dertig cursisten werden bijgepraat over de anatomie van het lam en verder onder meer over biest, het gebruik van sondes en ruwvoer.

Veterinair Patholoog Liesbeth Harkema legt aan de hand van videobeelden uit hoe de anatomie van het lam eruit ziet. Het is van belang dat de biest rechtstreeks naar de lebmaag gaat en niet in de pens belandt. Dit geldt ook voor melk; melk stremt namelijk niet in de pens. Het wonderlijke aan de voormagen van het lam is de slokdarmsleuf. Die begint op de plaats waar de slokdarm in de netmaag komt en eindigt bij de ingang van de boekmaag. Zodra een jong lam melk drinkt, sluit de slokdarmsleuf zich. Op die manier loopt de melk vanaf de slokdarm rechtstreeks via de boekmaag naar de lebmaag en komt dus niet in de netmaag en de pens terecht. Dat is ook niet wenselijk, want melk dat in de pens komt heeft de neiging te gaan gisten. Daarmee komt de vertering in het geding.

Jonge lammeren die melk krijgen gevoerd vanuit een emmer of een bakje, kunnen te kampen krijgen met een slokdarmsleuf die soms niet sluit. Dit komt waarschijnlijk door een minder natuurlijke drinkhouding. De melk komt zodoende deels in de pens. Het gevolg kan zijn dat die lammeren niet meer of minder goed groeien. Bij het voeren van biest is de slokdarmsleuf logischerwijs ook van belang. Algemeen bekend is dat lammeren zo snel mogelijk na de geboorte biest moeten krijgen. Biest van de moeder of uit een speenfles komt direct, zoals het hoort, in de lebmaag. Biest via een sonde belandt in de netmaag en de pens. De biest komt vervolgens met vertraging in de lebmaag. Daardoor bestaat de kans op een verlaagde opname van immuunglobulinen (antistoffen).

De hoeveelheid te geven biest is afhankelijk van het geboortegewicht van het lam. Bij een lam van 2 kg wordt direct na de geboorte 10 procent van het lichaamsgewicht aan biest geadviseerd. Bij een lam van 4 kg is dat 8 procent van het lichaamsgewicht. Wordt de biest met een sonde of een fles toegediend, dan is het beter een eenmalige grote hoeveelheid te vermijden, maar de hoeveelheid te verdelen over 2 of 3 keer.

In de eerste levensweken is het lam helemaal afhankelijk van melk. Vanaf een leeftijd van ongeveer drie weken begint het lam geleidelijk vast voer op te nemen. Vanaf dat moment begint de ontwikkeling van pens en netmaag. Van belang voor de pensontwikkeling is de beschikbaarheid van smakelijk ruwvoer en krachtvoer. Bij een normale opfok zijn op een leeftijd van ongeveer acht weken de voormagen helemaal ingesteld op het verteren van ruwvoer.

Foto: Gezondheidsdienst voor Dieren

Delen via:

Reacties zijn gesloten.