Ruud Derks is geitenhouder in Denemarken

Het aantal geitenhouders in Denemarken is op één hand te tellen. Een van hen is de in Nederland geboren Ruud Derks. Hij heeft in het Deense Nørager een vergunning voor 900 geiten.

Gepubliceerd in vakblad Geitenhouderij.

Aan de keukentafel vertelt Derks waar de passie voor geiten vandaan komt. “Ik ben al sinds mijn zesde bezig met geiten. En op mijn veertiende heb ik een paar melkgeiten uit Nederland geïmporteerd. In eerste instantie voor de hobby. Later ben ik me gaan bezighouden met fokken.”

In 2014 rondt Derks de landbouwschool met succes af. Omdat het melkveebedrijf van zijn ouders verkocht is, lijkt het de perfecte timing voor Ruud om iets voor zichzelf te beginnen. En dat lukt. “Ik vond een oud kalkoenenbedrijf. Dat het bedrijf leegstond had een gunstig effect op de vraagprijs. Ik nam het besluit het bedrijf te kopen en kocht in Nederland 386 geiten inclusief 50 opfoklammeren en 15 bokken.” En zo was Derks eind 2014 officieel professioneel geitenhouder en eigenaar van een bedrijf op 2 hectare grond. Inmiddels is daar 5 hectare in pacht bij gekomen.

Melken gebeurt in een zelfgemaakte 2 x 18 SAC melkput. “Dat bevalt goed”, vertelt Derks. “Al blijft de afzet van geitenmelk lastig.” Daarmee doelt de geitenhouder op het feit dat er eigenlijk maar één fabriek is die geitenmelk verwerkt. “Dat was ook de reden dat ik in het begin aardig heb moeten inkrimpen. De productie lag op 1.600 kg per geit. De fabriek kon de toestroom niet aan, dus heb ik moeten besluiten 80 geiten weg te doen. Maar het doel blijft om in 2020 weer 350 geiten te melken. Maar als de handel blijft zoals die nu is, wordt groeien lastig.” Daarbij krijgt Derks, net als de geitenhouders in Nederland, steeds meer regels voor de kiezen. “Toen ik begon was het vrij overzichtelijk qua wetgeving. Maar er zijn inmiddels regels bij gekomen. Nu hebben we als het gaat om fosfaat een maximum opgelegd gekregen. Daarbij komt dat de afzet van stalmest lastig is. Er zijn hier in de omgeving te veel koeienboeren. Hun mest is bij akkerbouwers populairder dan de geitenmest. De meeste mest kan ik nu nog op eigen grond kwijt. En er is één akkerbouwer die het mondjesmaat kan gebruiken.”

Delen via:

Reacties zijn gesloten.