‘Gezelschapsgeit’ is een woord dat ik tot voor kort niet kende. Half juli mocht ik een dag mee met De Geitendokter, oftewel dierenarts Roxani Rijneveld. Zij introduceert dat woord, gezelschapsgeit. Het bekt lekker! Rijneveld richt zich op het individuele dier en daarmee komt ze vooral bij hobbymatige geitenhouders.
Maar ik vind het woord ook passen bij bedrijfsmatig gehouden dieren. Want geiten zijn van nature nieuwsgierig, komen naar je toe, maken contact en herkennen ook hun baasjes. En dat doen ook de geiten die in grotere groepen leven.
Afgelopen week zag ik thuis een mooi voorbeeld van die eigenschappen van geiten. Een vriendin kwam langs, wilde ook even bij de geiten kijken. Aangekomen bij de wei, zie ik de dieren allemaal naar mijn dochter toe rennen. Geen van van de dieren heeft in eerste instantie aandacht voor ‘de onbekende’. Het duurt even, maar dan besluiten ze ze toch ook haar te gaan begroeten. Voorzichtig, maar nieuwsgierig. En na een tijdje staan ze allemaal om haar heen, wordt ze omringd door de geiten.
Het zijn toch ook ‘gezellige’ dieren. Iedereen herkent het vast: die ene die altijd op een aaitje wacht in de melkput, die andere die met strooien altijd geniet en bijna dankbaar lijkt, het lammetje dat het hardst schreeuwt om aandacht. Of je nou Witte, Nubische, Toggenburger, Bonte, Boer, dwerggeiten, Landgeiten of nog een ander ras hebt, het maakt niet uit. We hebben denk ik allemaal gezelschapsgeiten.






