De inventarisatie van zo’n 100 maatregelen door WUR leverde geen ‘ideale maatregel’ op waarmee alle emissies uit geitenstallen sterk zouden verminderen, die weinig kost en op alle geitenbedrijven inzetbaar zou zijn. De WUR-onderzoekers stellen dat er wel verschillende groepen maatregelen zijn die allemaal in bepaalde mate kunnen bijdragen aan het verminderen van bioaerosolen uit geitenbedrijven.
De oplossingen die WUR op een rijtje zet in opdracht van het ministerie van LVVN, variëren van managementmaatregelen in de stal (gericht op bronnen en processen die leiden tot verspreiding door de lucht) tot ‘end-of-pipe’ maatregelen (zoals het reinigen van uitgaande ventilatielucht) en herontwerp van stallen bij nieuwbouw of renovatie.
Emissiepieken beperken
Vooral tijdens instrooien en ook bij uitmesten van de stropotstallen kunnen forse emissiepieken van bioaerosolen optreden. “Het voorkomen van die dagelijks terugkerende piekbelasting kan een belangrijke bijdrage leveren aan het beperken van de blootstelling”, aldus WUR-onderzoeker Albert Winkel. Hij noemt stofarm instrooien en het beperken van piekemissies bij uitmesten goede speerpunten voor de geitenhouderij om de bioaerosolemissie te verminderen. Alternatieven voor het stofarm instrooien zijn onder andere het instrooien met beweegbare ruiven of verspreiding via leidingen. Het verminderen van emissiepieken bij uitmesten is in de praktijk lastiger te realiseren, erkennen de onderzoekers. “Maar ook daar zien we mogelijkheden.”
Mechanische ventilatie met luchtreiniging
Een verschuiving van natuurlijke ventilatie naar mechanische ventilatie zou een grote verandering zijn voor de geitenhouderij, denkt Winkel. “In combinatie met luchtreiniging zijn met deze overstap, afhankelijk van de toegepaste techniek, emissiebeperkingen van 50 tot dicht bij 100 procent haalbaar”, stellen de onderzoekers. Winkel benadrukt dat daarvoor wel een integrale afweging nodig is, omdat de wijziging raakt aan bredere thema’s zoals energieverbruik, stalontwerp en dierwelzijn.
Mestopslag aanpakken
Ook het aanpassen van de mestopslag kan voor aanzienlijk minder emissie zorgen. Uit de mest die buiten wordt opgeslagen komen bioaerosolen vrij, bijvoorbeeld bij het storten en omzetten, maar ook door windemissies. Een inpandige mestopslag kan die emissie verminderen, maar ook het direct afzetten van de mest naar composteringsbedrijven kan een optie zijn. “Met die laatste ben je een directe bron van stof- en ammoniakemissies kwijt ”, aldus Winkel.
Daarnaast wijzen de WUR-onderzoekers op het belang van compostering van de stromesthoop. Omdat veel bacteriën niet thermofiel (warmteminnend) zijn, kan voldoende verhitting (55 – 60 °C) leiden tot sterke afname ervan. In de praktijk is nog onvoldoende bekend in hoeverre dit op geitenbedrijven wordt bereikt.
Meer onderzoek
Volgens Winkel is er een klein aantal kant-en-klare oplossingen die direct inzetbaar zijn voor geitenhouders. “Maar ons rapport wijst vooral op groepen maatregelen voor besluitvorming en vervolgonderzoek. Onze bevindingen kunnen dienen als basis voor gesprekken over de verdere ontwikkeling van de geitensector”, benadrukt hij. Daarnaast vinden de onderzoekers dat er meer onderzoek nodig is om de effectiviteit van reductiemaatregelen van micro-organismen, fijnstof, endotoxinen en ammoniak in de geitenhouderij betrouwbaar vast te stellen.






