Wanneer schapen en geiten op één bedrijf worden gehouden, kunnen ziekteverwekkers zich gemakkelijk tussen beide diergroepen verplaatsen. Dat meldt de Gezondheidsdienst voor Dieren. Het gaat onder andere om CAE/zwoegerziekte, CL, paratuberculose en verschillende abortusverwekkers.
Door bewustzijn te vergroten, actief te vragen naar gezondheidscertificaten en zo nodig dieren te testen bij aanvoer, kunnen veehouders voorkomen dat infecties ongemerkt het bedrijf binnenkomen of blijven circuleren. Goede monitoring van beide diersoorten is daarbij essentieel, zo schrijft de GD.
Het CAE-virus bij geiten en het zwoegerziektevirus bij schapen vertonen sterke overeenkomsten. Hierdoor kunnen geiten besmet raken via schapen en andersom. Wanneer slechts één van beide diersoorten is opgenomen in een certificeringsprogramma, blijft er altijd een besmettingsrisico bestaan. Daarom is het van groot belang dat bedrijven die deelnemen aan certificering, beide diersoorten laten deelnemen. Alleen zo kan de koppel effectief beschermd worden en verdere verspreiding worden voorkomen. Bij het gezamenlijk houden van schapen en geiten is het dan ook niet mogelijk om uitsluitend deel te nemen aan één van beide programma’s; deelname aan zowel het CAE- als het zwoegerziekteprogramma is verplicht.
Voor CL bestaat momenteel een certificeringsprogramma voor geiten en nog niet voor schapen. Dit betekent dat geitenhouders die ook schapen houden, extra waakzaam moeten zijn. Schapen kunnen de bacterie ongemerkt bij zich dragen en zo alsnog een risico vormen voor gecertificeerde geiten. Zonder aanvullende monitoring bij de schapen kan CL via deze dieren het bedrijf binnenkomen of blijven circuleren. Goede bioveiligheid en regelmatige controle van beide diersoorten zijn daarom noodzakelijk. Met name de jaarlijkse scheerbeurt van schapen vormt een risicomoment, omdat eventuele CL-abcessen dan kunnen openbarsten.
Ook bij in- en uitscharen liggen risico’s op de loer voor gecertificeerde schapen- en geitenbedrijven. De certificeringsstatus blijft alleen behouden wanneer alle dieren afkomstig zijn van eveneens gecertificeerde bedrijven. Bij inscharen moet daarom vooraf worden gecontroleerd of het herkomstbedrijf aantoonbaar gecertificeerd is; zo niet, dan kan de eigen status direct vervallen. Daarnaast is het van belang dat alle I&R-meldingen correct en volledig worden uitgevoerd, inclusief de juiste aan- en afvoerdata. Dit geldt eveneens bij het uitscharen van dieren. (GD)







