Niet alle melkgeiten zijn even gevoelig voor pensverzuring. Zelfs wanneer dieren hetzelfde rantsoen krijgen, kunnen er grote verschillen zijn in de reactie van de pensflora. Dat blijkt uit onderzoek van de Chinese Northwest A&F University, gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Animal Science.
De onderzoekers bestudeerden 47 melkgeiten om vast te stellen waarom sommige dieren gevoeliger zijn voor subacute pensverzuring (SARA) dan andere. Bij deze aandoening daalt de zuurgraad in de pens gedurende langere perioden, bijvoorbeeld door een rantsoen met veel krachtvoer en snel afbreekbaar zetmeel. Dit kan de pensfermentatie verstoren en de voerefficiëntie verminderen.
De onderzoekers verdeelden de melkgeiten in verschillende groepen. De dieren kregen rantsoenen met uiteenlopende hoeveelheden krachtvoer en in de pens afbreekbaar zetmeel. Vervolgens onderzochten ze hoe de samenstelling van de pensflora veranderde en welke dieren gevoelig waren voor pensverzuring.
Uit het onderzoek blijkt dat de pensflora van geiten die goed bestand zijn tegen pensverzuring, relatief stabiel blijft. De samenstelling van de micro-organismen in de pens vertoonde grote overeenkomsten met die van gezonde dieren uit de controlegroep. Bij geiten die wel gevoelig waren voor pensverzuring, veranderde de pensflora veel sterker. Ook vonden de onderzoekers verschillen in de vorming van vluchtige vetzuren in de pens.
Een opvallende uitkomst is de rol van de bacteriegroep Candidatus Saccharimonas. De aanwezigheid van deze bacteriën ontwikkelde zich bij gevoelige en minder gevoelige geiten in tegengestelde richtingen. Volgens de onderzoekers kan deze bacteriegroep mogelijk worden gebruikt om vast te stellen welke melkgeiten gevoelig zijn voor pensverzuring.
De resultaten bieden aanknopingspunten voor verder onderzoek naar de relatie tussen pensflora en pensgezondheid. Of de bacteriën ook daadwerkelijk kunnen worden gebruikt om gevoelige dieren vroegtijdig te herkennen, moet nog blijken.







