<< Dagboek

De Johnnies en de Ronnies

Regelmatig krijgen we de vraag of de geiten een naam hebben. Met ruim 200 melkgeiten en 100 lammeren kan dat natuurlijk niet. Ze hebben allemaal een eigen nummer. Toch vormen een paar dieren een uitzondering en die hebben wel een naam gekregen. Enkele hebben een verhaal dat te leuk is om jullie te onthouden.

Zo zijn onze melkgeiten verdeeld in meerdere groepsnamen. We hebben de eerste 60 die we kochten en deze noemen we dan ook zo: ‘de eerste 60’. Vervolgens hebben we een koppeltje van collega John  gekocht en ook een paar van collega Ron. De ene groep werd al gauw de Johnnies genoemd en de andere natuurlijk de Ronnies. Dit levert altijd leuke gezichten en reacties op als we deze namen op noemen waar anderen bij zijn. “Wil je nog even kijken naar deze Johnnies?” of “Is die Ronnie drachtig?”

De meeste van onze melkgeitjes komen uit Brabant dus deze groep geiten kreeg de naam mee ‘De Brabantse’. En onze lammeren die melk begonnen te geven noemden we ‘onze eigen melkgeiten’. Zelfs de kinderen wisten van de benamingen. En maakten het soms nog een graatje erger met iets als ‘Rode Ronnie’ of die ‘Dikke Johnnie’! Laat onze collega’s het maar niet horen 😉

We hebben ook het verhaal van de geiten van onze zoon Ruud. Deze had al een eigen geit op ons oude plekkie: Sik. Deze is mee verhuisd naar onze huidige plek. Na bloedonderzoek bleek Sik gezond en mocht ze tussen het koppel lopen. Ik dacht nog: dat is zielig, zo’n klein geitje tussen de grote melkgeiten. Maar het tegendeel is waar. Sik terroriseerde het hele koppel met haar hoorns. De andere geiten waren doodsbang voor haar en lieten zich in een hoekje van de stal drijven. Na een dag hebben we haar weg gehaald, want het was te gevaarlijk voor de andere geiten. Jammer, dan maar weer aan het zeel.
Sik mocht wel bij de bok, want hoe leuk is het als er jonkies van komen. En ja hoor, ze kreeg een tweeling. Ruud gaf ze de namen Ruudje voor het bokje en Floortje voor het geitje, naar zijn oudste zusje. En trots dat hij was! Ruudje is naar een zorgboerderij op Texel gegaan en Floortje mocht blijven. Dit werd een echte knuffelgeit. Als ze de kinderen hoort rent ze er heen en wil duidelijk geknuffeld worden. Ze liep lang los over de boerderij en kwam dan bij haar moeder om te drinken. Toen het tijd was dat ze van de melk af ging en ze dus tussen haar leeftijdgenoten en soortgenoten mocht staan, was dit een groot probleem. Floortje vond haar soortgenoten maar eng en wilde weg. Ze sprong over het hek heen of zocht een gaatje waar door ze kon ontsnappen. En wanneer ze de kids hoorde huppelde ze hier met een vaartje naar toe. Ja, we hebben regelmatig gedacht aan het gezegde “Als je wilt leren vloeken moet je geiten houden!”

Floortje bleef, een mensendier, en toen ze zelf melk begon te geven vond ze het heerlijk om in de put te staan. Ze springt zelfs met regelmaat ín de put voor een knuffel of sluit rustig weer in de rij aan om zo nog een rondje mee door de melkput te lopen. Dan hoor je de boer zuchten en steunen, want dan komt hij weer niet uit met zijn rondjes J. Floortje werd drachtig en kreeg een meisje. En hoe noemde Ruud deze? Lena, naar zijn jongste zusje. Hoe lief is dat?! Ruud heeft dus al 2 eigen geitjes, Floortje en Lena, de namen van zijn eigen zusjes. En geitje Lena is ook drachtig gescand en uitgerekend in april. Hoe gaat hij deze straks noemen?

Wendy Borst schrijft over de opstart van het geitenbedrijf dat zij en haar man runnen. Bekijk het volledige dagboek >>

Reacties zijn gesloten.

<< Dagboek