De Nieuw-Zeelandse Dairy Goat Co-operative (DGC) heeft een overeenkomst gesloten met de Amerikaanse investeerder AGR Partners. Met het extra kapitaal wil de zuivelcoöperatie haar positie op de internationale markt voor geitenmelkproducten versterken. De coöperatie blijft volledig eigendom van de aangesloten melkgeitenhouders.
Dairy Goat Co-operative, gevestigd in Hamilton, wil de investering gebruiken om de aanvoer van geitenmelk te vergroten, de verkoop van geitenmelkpoeder en babyvoeding uit te breiden en nieuwe afzetmarkten te ontwikkelen. Ook wil de onderneming opnieuw toegang krijgen tot de Chinese markt. Hoeveel AGR Partners investeert, is niet bekendgemaakt.
De investering maakt deel uit van de strategie Formula for Success, die DGC in mei 2025 presenteerde. De coöperatie wilde daarmee 40 miljoen Nieuw-Zeelandse dollar aan extern kapitaal aantrekken. Volgens algemeen directeur Alastair Hulbert is met de investering van AGR Partners voorlopig voldoende kapitaal opgehaald. De Amerikaanse investeerder krijgt een waarnemerspositie in het bestuur, maar de melkgeitenhouders behouden het volledige eigendom van de coöperatie.
Groeiende markt voor babyvoeding
Volgens AGR Partners vertegenwoordigt de wereldwijde markt voor babyvoeding op basis van geitenmelk inmiddels een waarde van 5,1 miljard Amerikaanse dollar (ongeveer 4,4 miljard euro). De investeerder verwacht dat deze markt de komende jaren met ongeveer 8 procent per jaar groeit. DGC behoort tot de pioniers op het gebied van babyvoeding op basis van geitenmelk.
De coöperatie heeft de afgelopen jaren financieel moeilijke tijden doorgemaakt, onder meer door het wegvallen van de Chinese afzetmarkt tijdens de coronapandemie. Inmiddels is de financiële situatie verbeterd en neemt de vraag naar geitenmelkproducten weer toe. Voor het huidige seizoen garandeert DGC haar melkgeitenhouders een uitbetalingsprijs van 15 Nieuw-Zeelandse dollar per kilogram melkbestanddelen.
Volgens voorzitter René Burri biedt de investering de mogelijkheid om verder te groeien zonder dat de coöperatie hoeft te kiezen tussen investeringen in nieuwe afzetmarkten en een hogere melkprijs voor haar leden.







