Mannheimia haemolytica vormt één van de belangrijkste oorzaken van longontsteking bij geitenlammeren tijdens de opfok. Hoewel de bacterie bij veel dieren onschuldig aanwezig is in de neus- en keelholte, kan zij onder de juiste — of beter gezegd ongunstige — omstandigheden uitgroeien tot een ernstige bedreiging voor de longgezondheid van jonge lammeren. In periodes van stress, dalende weerstand, onvoldoende ventilatie of wisselende temperaturen vindt de bacterie gemakkelijk haar weg richting de diepere luchtwegen, waar ze in staat is om een zeer agressieve ontsteking te veroorzaken.
Wat Mannheimia haemolytica zo gevaarlijk maakt, is niet alleen de aanwezigheid van de bacterie zelf, maar vooral de productie van het zogenaamde leukotoxine. Deze stof beschadigt afweercellen in de longen en ontregelt de normale afweermechanismen van het lam. Het longweefsel raakt daardoor in korte tijd ernstig ontstoken. Lammeren die hiermee besmet raken kunnen soms zo razendsnel slecht worden dat acute sterfte het eerste zichtbare signaal is. Lammeren die de infectie wel overleven, dragen de gevolgen vaak nog lange tijd met zich mee en scheiden grote hoeveelheden kiemen uit.
De schade die het leukotoxine aanricht, leidt geregeld tot verlittekening en verklevingen van longweefsel, waardoor de longcapaciteit blijvend wordt verminderd en de lammeren vaak minder hard groeien dan gewenst en ouder gedekt worden. Problemen in de vroege jeugd hebben dus merkbare gevolgen voor de groei en vitaliteit maar op latere leeftijd ook voor de melkproductie. Bij oudere dieren kan Mannheimia ook schade aanrichten aan luchtwegen en bij melkgevende dieren kan Mannheimia haemolytica zelfs uierontsteking veroorzaken. Er wordt nog onderzoek gedaan naar de relatie tussen longontstekingen bij lammeren en uierontstekingen bij volwassen dieren.
Er zijn twee momenten waarop lammeren bijzonder kwetsbaar zijn voor Mannheimia. Direct na de geboorte beschikken zij nog niet over eigen antistoffen en moeten zij volledig vertrouwen op de immuniteit die ze via biest binnenkrijgen. Wanneer de biestvoorziening onvoldoende is — of wanneer de biestkwaliteit laag blijkt — staat een lam al vanaf de eerste levensdag op achterstand. Ook in de weken daarna beschermen deze maternale antistoffen het lam nog steeds tegen ziekteverwekkers, waaronder Mannheimia haemolytica. Vervolgens ontstaat rond drie tot zes weken leeftijd opnieuw een risicoperiode: de hoeveelheid maternale antistoffen daalt, terwijl het eigen afweersysteem nog niet sterk genoeg is. In deze tussenfase, waarin de afweer tekortschiet, kunnen zelfs subtiele stressfactoren voldoende zijn om een uitbraak in gang te zetten.
Biestbeleid beoordelen
Onderzoek laat zien dat op veel bedrijven een aanzienlijk deel van de lammeren onvoldoende antistoffen uit biest opneemt, waardoor juist in de eerste levensweken meer luchtwegproblemen ontstaan. Het is daarom van groot belang om het biestbeleid steeds opnieuw kritisch te blijven beoordelen. De bekende regels — vaak, vlug en veel — zijn nog altijd de basis, maar het is zinvol om regelmatig te controleren hoe het in de praktijk verloopt. Een eenvoudige serum-Brixmeting bij lammeren op de tweede levensdag geeft al snel inzicht in de immuniteitsstatus van deze groep en kan waardevolle informatie opleveren om verbeterpunten in kaart te brengen.
Omgevingsfactoren checken
Naast biestvoorziening spelen ook omgevingsfactoren een grote rol. Lammeren die worden blootgesteld aan tocht, schommelende temperaturen, nat strooisel of slecht geventileerde ruimtes raken sneller verzwakt. Overbezetting, hergroeperen, spenen en ingrepen zoals onthoornen vormen eveneens momenten waarop de weerstand van lammeren tijdelijk daalt. Dit soort stressfactoren geven Mannheimia haemolytica precies de kansen die ze nodig heeft om toe te slaan.
Preventieve bescherming
Preventie begint daarom bij het verminderen van stressfactoren, versterken van de immuniteit en het verminderen van infectiedruk. Een goede opfokomgeving, rust in de groepen en voldoende frisse, droge lucht helpen al aanzienlijk. Daarnaast kan het verhogen van specifieke antistoffen via vaccinatie ervoor zorgen dat zowel volwassen geiten als de lammeren beter beschermd worden.
Wanneer u meer wilt weten over het optimaliseren van de gezondheid van lammeren op uw bedrijf, neem dan denken onze dierenartsen graag met u mee! Jessica Hartjes, 06-3800 8533 (Nederland), Niels Groot Nibbelink (Zuid Nederland) 06-8100 2036, Anne-Miek Timmermans (Midden Nederland) 06-1370 2817, Sabine Hoogeveen (Noord-West Nederland) 06-8279 0165 of Anne-Lynn Geertshuis (Noord-Oost Nederland) 06-2046 9304.







