Magazine | Management | Premium

Harriët en Harold Vlooswijk volgen hun vreugde – ‘Iets leuks wat iets opbrengt’

Harriët en Harold Vlooswijk maken de beste boerengeitenkaas van Nederland. Ze kregen er een platina award voor tijdens de Cum Laude Boerenkaasverkiezingen 2024. Rauwmelkse boerenkaas maken is echt Harriëts vak, ze doet het al 23 jaar. “Op ons bedrijf zeggen we altijd: ‘Volg je vreugde’. We kiezen voor een bedrijfsvoering die we mooi en leuk vinden, en die iets opbrengt.”

Buiten wappert de gele Cum Laude-vlag aan het huis, binnen staat de platina award op tafel. Het bordje van de platina award die Sik&Blaar in 2019 won, hangt in de kaasmakerij. Harriët Vlooswijk vertelt met een grote glimlach over de Boerengeitenkaas naturel die ze instuurde voor de keuring, en over haar andere kazen. Kaasmaken brengt Harriët Vlooswijk duidelijk vreugde.

Personalia: Harriët en Harold Vlooswijk wonen met hun twee dochters in Papekop (Ut) op Harriëts ouderlijk bedrijf. Haar ouders wonen en werken ook op het erf.

Bedrijf: Sik&Blaar telt 120 geiten van verschillende rassen en 40 Blaarkoppen. Harriët verkaast alle geitenmelk.

Nevenactiviteiten: Harriët en Harold doen aan agrarisch natuurbeheer en hebben een windmolen. Harriët zit in het bestuur van de Groene Hart Coöperatie, Harold in het bestuur van de Vereniging Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer Rijn & Gouwe Wiericke.

Ze vinden het leuk om verschillende geitenrassen in de stal te hebben, naast Saanen, Toggenburgers en Bonte ook deze Boergeiten.

De zuiverheid proeven

Harriët is opgegroeid nabij de Hollandse IJssel, het typische landschap van smalle kavels en brede sloten. Ze houdt van deze plek, en van de boerderij. Na de agrarische opleiding in Den Bosch wilde zij ook aan de slag op de boerderij waar haar ouders destijds twintig Holsteins molken. Samen met Harold volgde ze een geitencursus in Oenkerk. “Dat was ontzettend leuk. Het was in de tijd dat Anne Terpstra daar werkte. Ter plekke kochten we meteen zestig lammeren.” Harriët fokte de dieren op en een jaar later lammerden ze af. “We zitten hier natuurlijk in het Groene Hart, een echt boerenkaasgebied. Maar toen, nu zo’n 23 jaar geleden, was er niet zoveel geitenkaas. Mijn oma maakte op onze boerderij vroeger koekaas, maar mijn ouders zijn daarmee gestopt. Het trok mij wel. Dus toen ben ik daarmee begonnen.” Ze maakt rauwmelkse, halfharde Goudse kaas, zowel naturel als met kruiden.

Getuige de twee platina awards, van 2019 en 2024, gaat het kaasmaken haar goed af. Harold: “Ze is een topkaasmaakster en dat is wel het unieke aan onze boerderij. We besteden meer tijd aan het kaasmaken en verkopen dan aan de 120 geiten.”Over haar kaas zegt Harriët: “Het is echt een boerderij-eigen smaak, ik poch dat ik mijn kaas er zo uithaal. Om lekkere kaas te maken moet het goed schoon zijn, je moet de zuiverheid proeven. Ik ben in de kaasmakerij nogal poetserig. En ervaring telt denk ik. Dat je wat kan bijsturen. Onze melk is stabiel omdat we niet echt een lammetjesgolf hebben, dus we hebben ook stabiele kaas. Met een lammetjesgolf krijg je melk met lage gehaltes en moet je je recept aanpassen.”Dat recept is er niet vanzelf gekomen, het is schaven en schaven geweest, vertelt de kaasmaakster. “Mensen vragen er wel eens om, maar dat ga ik dus echt niet vertellen.”

Alle melk van de 120 geiten, en soms die van de Blaarkoppen, zet Harriët om in kaas.

Vier rassen, en Blaarkoppen

De 60 Saanen-lammeren waar het echtpaar zijn geitenbedrijf mee startte, is uitgegroeid tot een koppel van 120 geiten van vier verschillende rassen: Saanen, Toggenburgers, Bonte en Boergeiten. “Al die rassen door elkaar, dat is toch mooi. Al heb je helemaal niks aan die Boergeiten”, lachen ze. “Die zijn enorm verbaal en we melken ze natuurlijk niet, maar ze zijn zo leuk.” Harriët en Harold zagen de Boergeiten op de geitenkeuring in Lopik, waar zij vaste bezoekers zijn. “Toggenburgers zijn mooi, robuust en zij ontsnappen hier het meest, en de Saanen zijn toch wel het meest aangepast aan de houderij en melkerij.”

Naast de geiten telt het bedrijf ook veertig Blaarkop-koeien. “Holsteins vind ik lelijk”, zegt Harriët over haar keus om de koeien van haar vader in te kruisen. “Ik wil een mooie koe. En een sobere, want we voeren alleen gras van eigen land. Mais groeit hier niet op de klei.”Weer een voorbeeld dat Harold en Harriët kiezen wat ze leuk vinden en daar het beste uithalen. Harold: “Als je kiest wat je leuk vindt, word je niet in allerlei bochten gewrongen waar je niet in wilt. We zitten dicht bij de Randstad en we zijn hier gewend aan veel mensen die zich bemoeien met je boerderij. En die kaas eten. Dat is ook een kans, en wij kunnen creatief zijn. Bovendien, als we hier van twintig naar tachtig koeien hadden willen groeien, hadden we miljoenen moeten lenen en dat wilden we niet.”De melk van de Blaarkoppen gaat naar Vreugdenhil, af en toe maakt Harriët daar ook kaas van. “De geitenkaas moet lopen, die moet weg. Dat is het belangrijkste. Als er dan nog energie en tijd over is, maken we ook Blaarkop-kaas.” Het komt erop neer dat Harriët eenmaal in de week een tobbe koeienkaas maakt. Harold: “Als alles naar de fabriek gaat, ben je helemaal afhankelijk van de melkprijs. Met kaas is dat minder.”Om diezelfde reden gaat hun kaas niet naar kaashandelaren, maar zoeken ze actief zelf afzet. Daar hebben ze enorm veel tijd in gestoken en netjes beleveren blijft voorop staan. “We willen weten wat er speelt in de winkel, wat goed loopt en wat minder. Zo kennen we de markt echt.” De kazen van Sik&Blaar liggen in boerderijwinkels en bij kaasautomaten, in speciaalzaken en bij fruittelers met een winkel, allemaal in en rond het Groene Hart. Een winkel aan huis hebben ze niet – de doodlopende weg zou weinig klanten opleveren, bovendien kost een winkel veel tijd.

De sobere melktafel voldoet prima. Met een uur tot anderhalf zijn de geiten uit.

Tolerant en sober

De meeste geiten in Papekop lammeren eenmaal, een enkeling voor de tweede keer. “Met lammeren ben je heel druk en de productie-impuls die de dieren krijgen, weegt voor ons niet op tegen het werk.” Elk jaar worden er tien tot vijftien bokjes geboren. Die blijven tot ze 10 kg wegen. Geiten worden nooit aangekocht, wel eens een bok. “Dan eens een Bonte of een Toggenburger, nu is het een Witte om toch wat productie eronder te houden.”Er lopen geiten van tien jaar tussen de kudde, veel dieren worden wel acht jaar gemolken. Gezondheidsproblemen zijn er nauwelijks. “De productie ligt niet hoog, misschien melken we gemiddeld 3 liter per dag. Maar dat maakt niet uit, ik moet vet en eiwit hebben voor de kaas. En dat zit er wel in. Wij vinden het op deze manier plezierig.” Waar de grens ligt om een geit af te voeren vinden de geitenhouders lastig te zeggen. “Ze gaan hier bijna allemaal weg vanwege de leeftijd, soms komt daar een hoog celgetal bij. Maar we zijn vrij tolerant.”De geiten krijgen gras, uit balen van eigen land, en brok. “We houden van sober. En iets anders dan gras groeit hier ook niet. Bovendien, als je geiten er van alles bij voert worden ze snel te zwaar”, vindt Harriët. Harold: “Meestal voer ik driemaal daags brok: tijdens het melken en tussen de middag. Als we meer kaas willen maken, loop ik een vierde keer met de brokkenemmer langs.” Harold voert de koeien en geiten en melkt veelal de geiten, Harriët melkt de koeien en maakt de kazen. Melken gebeurt op een melktafel voor 24 geiten met 12 melkstellen en voeren doet Harold met de vork uit balen die op de voergang staan.

Biologisch zou passen, maar…

Op de 17 hectare grasland bij huis past Harold agrarisch natuurbeheer toe. Nog eens 15 hectare op afstand maakt dat er voldoende gras is voor de geiten en koeien. De boer is zuinig met kunstmest, en biologisch zou goed bij de werkwijze van Harriët en Harold passen, maar daar kiezen ze niet voor. “De brok is anderhalf keer zo duur. Dan moet daar opbrengst tegenover staan en dat is lastig. Biokaas verkoopt niet per se beter. Dan zouden we de kaas ook naar andere provincies moeten distribueren. Dat betekent verder rijden, meer werk en wordt het duurder om de kaas te verkopen. We zitten liever in de regio dan dat we per se biologisch worden.”

De kaasopslag en kaasmakerij zitten in het achterhuis.

Stappen maken in kaas

Voor de Cum Laude-verkiezing is het vooral een kunst om de goede kaas in te sturen, vindt Harriët. “Rauwmelkse geitenkaas krijgen ze niet veel. In de week dat we de ingestuurde kaas maakten, werkte ik extra netjes. En vervolgens stuurde ik de kaas in op zes weken leeftijd, zoals we die altijd leveren.” De prijs maakt Harold en Harriët trots, haar ouders vinden het geweldig én het leverde al een nieuw afzetpunt op: de Plus-supermarkt in Oudewater verkoopt binnenkort ook geitenkaas van Sik&Blaar.Ze zien nog voldoende kansen in kaas. Niet in schaalvergroting. De verkoop van stukken kaas en pakketten in plaats van hele kazen, loopt steeds beter. Ook bedrijven en kantines bezorgen lijkt een mogelijkheid. Daarnaast willen de echtelieden graag een natuurlijker landschap creëren. Ze draaien mee in projecten met bijvoorbeeld ruimte voor lisdodden en bomen en om meer water te bergen. “Als het gevoel goed is en we houden er iets aan over, gaan wij het aan.” Daarbij houden Harriët en Harold van natuurlijk. “Een dier mag geen productie-unit worden, het moet een dier blijven.” De takken die her en der in de stal zijn bevestigd, om te knabbelen en te schuren, zijn daar een mooi voorbeeld van.

Je hebt zojuist een Premium-artikel gelezen.
Het aantal premium-artikelen dat je kunt lezen is beperkt. Wil je meer Premium lezen? Maak dan een gratis profiel aan.
Dit artikel komt uit vakblad Geitenhouderij
Lees meer uit deze uitgave
Dit Premium-artikel krijg je cadeau. Onbeperkt lezen? Nu proberen
Over de auteur: Wilma Wolters
Wilma groeide op tussen koeien en paarden, en vond dat geweldig. Ze volgde de Hogere Agrarische School in Dronten, studeerde nog 2 jaar aan de...
Meer over:
Management
Deel dit bericht: Facebook Twitter WhatsApp LinkedIn

Melkprijzen

NieuwsbriefGeitenmelkprijsvergelijking uitgevoerd door AgriMedia bv.
Bekijk de melkprijzen

Nieuwsbrief Geitenhouderij

Nieuwsbrief