Achtergrond | Wetgeving en regels

Deskundigen geven af op VGO-onderzoek in NRC

“De effecten die de onderzoekers in VGO-III signaleren, zouden met een korrel zout moeten worden genomen.” Dat zegt medisch statisticus en universitair hoofddocent datascience aan het Julius Centrum van het UMC Utrecht, Maarten van Smeden, tegen medisch journalist Aliëtte Jonkers. Zij sprak het afgelopen jaar met betrokken onderzoekers zoals René van den Brom (GD) en onafhankelijk deskundigen over VGO-III, en publiceert vandaag haar reconstructie in NRC.

Er zijn grote twijfels over de wetenschappelijke onderbouwing van VGO-III. Dat blijkt volgens NRC uit de gesprekken met de experts en deskundigen. Medisch statisticus Van Smeden vindt de claim die het RIVM jarenlang volhield, dat er een consistent verband zou zijn tussen geitenhouderijen en longontstekingen bij omwonenden, onvoldoende onderbouwd. In het artikel staat: “In de onderliggende studies zie je helemaal geen eenduidig beeld. Ik zie heel brede onzekerheidsmarges: soms laten de cijfers vrijwel geen verband zien, andere keren weer wel.”

Projectleider van VGO-III Joke van der Giessen beweerde dat de gevonden 108 mensen met een longontsteking goed vergelijkbaar zijn met deelnemers uit een eerdere VGO-studie. Van Smeden ziet dat anders. Jonkers schrijft: ‘Ze verschilden onder meer in leeftijd, rookgedrag en gebruik van longmedicatie. In de patiëntengroep bevonden zich zelfs drie keer zoveel rokers als in de controlegroep.’

Vergelijkbaar

De uitspraken van Van Smeden in NRC komen in grote lijnen overeen met wat datawetenschapper en statistisch adviseur Marc Jacobs eerder al aan vakblad Geitenhouderij vertelde. Nadat hij de VGO-studies had bekeken, concludeerde hij: “Het enige verband dat ik er uithaal, is dat er een groter risico is op een longontsteking binnen een woonafstand van 500 meter van een geitenhouderij. Buiten de 500 meter zijn de data niet consistent. Dat verband binnen 500 meter is overigens niet sterk. De relatie tussen geitenhouderijen en longontsteking is afhankelijk van de gekozen afstand, de gekozen onderzoeksgroep, de gebruikte methodologie en de toegepaste statistiek. De studies corrigeren niet adequaat voor deze verschillen.”

Uit het consortium

Medisch journalist Jonkers sprak voor haar reconstructie ook met veterinair epidemioloog en directeur van de GD Group Ynte Schukken en met René van den Brom, hoofd van de afdeling kleine herkauwers bij Royal GD.  Zij beiden schreven onlangs nog via een ingezonden brief in de Leeuwarder Courant dat bestaand onderzoek geen hard bewijs levert voor een oorzakelijke relatie tussen geitenhouderijen en longontstekingen bij omwonenden.

Zowel Schukken als Van den Brom waren lid van het VGO-consortium, maar stapten daar uit. Jonkers schrijft: ‘In 2019 schreven zij een interne notitie waarin ze de onderzoekers waarschuwden voorzichtig te zijn en niet te snel conclusies te trekken. Maar de opmerkingen vanuit de veterinaire hoek stuitten op weerstand. “Er werd heel veel druk uitgeoefend om ons stil te houden”, zegt Schukken, “niet alleen vanuit het samenwerkingsverband, door programmacoördinator Joke van der Giessen, maar ook vanuit het ministerie”.’

Informatie weggelaten

Verder stelde Jonkers vragen aan Marc Bonten, hoogleraar moleculaire epidemiologie van infectieziekten aan het UMC Utrecht. Hij zet in het stuk onder andere zijn vraagtekens bij de manier van onderzoeken en hoe zeker de diagnose longontstekingen bij de 108 patiënten was. Ook het weglaten in het VGO-onderzoek van een conclusie uit een onderzoek van epidemioloog Inge Roof, noemt Bonten opmerkelijk. Uit dat onderzoek, het promotieonderzoek van Roof, bleek dat omwonenden niet vaker antibiotica kregen van hun huisarts vanwege een longontsteking en ook werden ze niet vaker opgenomen in een ziekenhuis.
Jonkers schrijft: ‘Uiteindelijk werden precies die hoofdstukken in het promotieonderzoek van Roof die de conclusies van de RIVM-onderzoekers tegenspraken – hoofdstuk 5 en 6 – niet opgenomen in VGO-III. De andere hoofdstukken, zoals een algemene literatuurstudie, nam het RIVM wél op.’

Gezondheidsraad

De Gezondheidsraad nam de VGO-onderzoeken onder de loep en oppert dat naast bacteriën, ook fijnstof en endotoxinen zouden kunnen bijdragen aan meer longontstekingen. In NRC staat: ‘Bonten, Schukken en Van den Brom zetten daar grote vraagtekens bij. Van den Brom: „De onderzoeken laten juist zien dat er rond geitenhouderijen minder fijnstof en endotoxinen werden aangetroffen in vergelijking met pluimveehouderijen en varkensstallen.” ‘

Gewenste resultaten

Op LinkedIn reageert Ynte Schukken op het artikel dat Jonkers voor NRC schreef. Hij zegt daarin over het VGO-onderzoek: ‘Wat hier echter lijkt te gebeuren is een voorbeeld van het vallen in de wetenschappelijke valkuil: gewenste resultaten worden gerapporteerd om de hypothese te bevestigen en niet gewenste resultaten worden bewust of onbewust niet gerapporteerd of weggeduwd en wegverklaard.’

Over de auteur: Wilma Wolters
Wilma groeide op tussen koeien en paarden, en vond dat geweldig. Ze volgde de Hogere Agrarische School in Dronten, studeerde nog 2 jaar aan de...
Deel dit bericht: WhatsApp Facebook

Melkprijzen

NieuwsbriefGeitenmelkprijsvergelijking uitgevoerd door AgriMedia bv.
Bekijk de melkprijzen

Nieuwsbrief Geitenhouderij

Nieuwsbrief